De Participatiewet en beschut werk; een tussentijdse inventarisatie

Geplaatst door:

De doelstelling van de Participatiewet is zoveel mogelijk mensen met een arbeidsbeperking te laten werken in reguliere banen. Deze wet vereist dat mensen die voor meer dan 30 procent zelf de kost kunnen verdienen, bij reguliere werkgevers aan de slag gaan. Overheden, bedrijfsleven en vakbonden sloten in 2013 een Sociaal Akkoord. Afgesproken is tot 2026 125.000 extra banen voor arbeidsgehandicapten te scheppen en werkgevers (verantwoordelijk voor 100.000 banen tot 2026) daarin te ondersteunen. Gemeenten hebben hiervoor de beschikking over verschillende instrumenten, waaronder loonkostensubsidie en werkplekaanpassing.

Beschut werk is van toepassing op mensen die wegens een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking een zodanige mate van begeleiding of aanpassing van de werkplek nodig hebben, dat niet van een reguliere werkgever mag worden verwacht dat hij deze mensen in dienst neemt. Het gaat bij beschut werk om ‘loonvormende’ arbeid in een dienstbetrekking. Het kabinet gaat uit van structureel 30.000 plekken. Voor 2015 is ingezet op een concrete invulling van 1.600 plekken.

Om een beeld te krijgen van de voortgang van de vormgeving van beschut werk, heeft staatssecretaris Jetta Klijnsma de Inspectie SZW gevraagd een onderzoek te doen onder alle 393 gemeenten. Dit onderzoek zal eind dit jaar afgerond zijn.
De centrale vraag van het onderzoek is: Wat is de huidige stand van zaken wat betreft de invulling van beschutte werkplekken die gemeenten creëren in 2015 (per gemeente)?
Omdat gemeenten tot 1 juli 2015 de tijd hadden hun beleid rond beschut werk vast te leggen in een verordening, gaat het in dit onderzoek niet alleen om de daadwerkelijke invulling, maar ook om het vastgestelde en voorgenomen beleid en het voorgenomen aantal plekken in 2015. De tussentijdse bevindingen en de belangrijkste uitkomsten zijn nu al terug te lezen in de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer.

Uit het onderzoek van de Inspectie blijkt dat een groot deel van de gemeenten welwillend is om beschut werk vorm te gaan geven. Daartegenover staat dat bijna 20% niet van plan is beschut werk aan te bieden. En daar komt bij dat de concrete invulling van beschutte werkplekken door gemeenten die wel beschut werk gaan aanbieden, ver achterblijft bij de verwachtingen.

In de brief van de staatssecretaris worden gemeenten opgeroepen voortvarend met beschut werk aan de slag te gaan. Ze wil daarbij ook verder ondersteunen om beschut werk daadwerkelijk vorm te geven. Zij stelt daarom in de jaren 2016-2020 €100 miljoen cumulatief beschikbaar om beschut werk te bevorderen, in de vorm van drie tijdelijke maatregelen:
– Extra middelen voor gemeenten: voor deze maatregel komt in totaal €74 miljoen beschikbaar;
– Extra implementatie-ondersteuning;
– Uitbreiding no-riskpolis met beschut werk. Deze polis is per 1 januari 2016 al geregeld voor de doelgroep banenafspraak. Mensen in beschut werk behoren conform het sociaal akkoord niet tot de doelgroep van de banenafspraak. Middels een nota van wijziging op het wetsvoorstel, kan op deze manier het financieel risico dat gemeenten en andere werkgevers lopen bij de vormgeving van beschut werk worden afgedekt: Voor deze maatregel (no-riskpolis), die zal worden uitgevoerd door het UWV, komt €26 miljoen (periode 2016-2020) beschikbaar.

Mocht in 2016 blijken dat gemeenten ondanks genoemde handreikingen onvoldoende werk maken van het creëren van beschutte werkplekken, dan zal de staatssecretaris middels wetswijziging het wettelijk verankeren dat gemeenten deze plekken beschikbaar moeten stellen.

0